ECLI:NL:RBDHA:2021:9028
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid versoberde opvang Griekse statushouder en onmiddellijke plaatsing reguliere opvang
Verzoeker, een Griekse statushouder, werd op grond van artikel 9, zevende lid, jo artikel 19, derde lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) in versoberde opvang geplaatst nadat zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard. Verzoeker betwistte deze plaatsing en verzocht om overplaatsing naar reguliere opvang. De voorzieningenrechter behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening gezamenlijk en besloot direct in de hoofdzaak te oordelen.
De rechtbank stelde vast dat de versoberde opvang bedoeld is voor vreemdelingen met kansarme asielaanvragen die slechts kort verblijven. De recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van 28 juli 2021 betreffende Griekse statushouders maken dat verzoekers asielaanvraag niet meer als kansarm kan worden aangemerkt. Hierdoor zijn de artikelen 9, zevende lid, en 19, derde lid, van de Rva niet langer op hem van toepassing.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verzoeker per direct in de reguliere opvang moet worden opgenomen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds werd beslist. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.496,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verzoeker wordt per direct in de reguliere opvang geplaatst.