ECLI:NL:RBDHA:2021:9141
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel nareis zonder toetsing artikel 3 EVRM onrechtmatig
Eiseres, met de Ugandese nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van nareis vanwege haar relatie met een referente. Deze vergunning werd ingetrokken omdat de relatie was beëindigd en zij niet langer samenwoonde met de referente. Verweerder heeft echter nagelaten te beoordelen of eiseres op grond van artikel 3 EVRM Pro bescherming verdient tegen uitzetting naar Uganda.
Eiseres voerde aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat haar individuele asielmotieven niet zijn onderzocht. De rechtbank stelt vast dat verweerder bij intrekking van een verblijfsvergunning asiel ook moet toetsen of artikel 3 EVRM Pro aan uitzetting in de weg staat, ook bij nareisvergunningen. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het besluit niet deugdelijk heeft gemotiveerd en in strijd met artikel 3:46 Awb Pro heeft genomen door de asielmotieven niet te betrekken. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel nareis wordt vernietigd wegens het ontbreken van toetsing aan artikel 3 EVRM.