ECLI:NL:RBDHA:2021:9164
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- S.J. Hoekstra - van Vliet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot schorsing handhavingspraktijk Tabaks- en Rookwarenwet
British American Tobacco International (BAT) vordert in kort geding dat de Staat de handhavingspraktijk ter zake het reclameverbod van de Tabaks- en Rookwarenwet jegens haar schorst of buiten werking stelt. BAT heeft met wederverkopers overeenkomsten gesloten waarin vergoedingen zijn geregeld, die volgens de Staat in strijd zijn met het reclameverbod. De NVWA heeft boetevoornemens en bestuurlijke boetes opgelegd, waartegen BAT bezwaar en beroep heeft ingesteld bij de bestuursrechter.
De rechtbank oordeelt dat het geschil over de uitleg en toepassing van het reclameverbod primair aan de bestuursrechter toekomt. BAT kan niet in deze civiele spoedprocedure worden ontvangen omdat de bestuursrechtelijke procedure voldoende rechtsbescherming biedt, onder meer door de mogelijkheid om voorlopige voorzieningen te vragen. BAT heeft deze weg niet gevolgd en zich direct tot de civiele rechter gewend.
De Staat heeft toegezegd het beleid te heroverwegen indien de bestuursrechter een voorlopig oordeel geeft dat aanleiding daartoe geeft. De civiele kort gedingprocedure is slechts geschikt voor ordemaatregelen indien de bestuursrechtelijke weg onvoldoende bescherming biedt, hetgeen hier niet het geval is.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter BAT niet-ontvankelijk in haar vorderingen en veroordeelt haar in de proceskosten.
Uitkomst: BAT wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tot schorsing van de handhavingspraktijk en veroordeeld in de proceskosten.