ECLI:NL:RBDHA:2021:9208
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Y. Moussaoui
- F. Grundmeijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden voor kind geboren na afronding asielprocedure ouder
Eiseres, geboren in Nederland na de afronding van de asielprocedure van haar vader, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarde dat het kind tijdens de asielprocedure van de ouder geboren moet zijn en ten minste vijf jaar in Nederland moet hebben verbleven na de aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder, dat kinderen die na afronding van de asielprocedure zijn geboren niet onder de regeling laat vallen, niet onredelijk is en binnen de beleidsruimte valt. Ook bleek uit jurisprudentie dat dit onderscheid gerechtvaardigd is. Eiseres kon niet aantonen dat bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een afwijking van het beleid rechtvaardigen op grond van artikel 4:84 Awb Pro.
Voorts werd geoordeeld dat er geen recht op verblijf bestaat op grond van artikel 8 EVRM Pro, omdat het privéleven van eiseres in Nederland niet zodanig is geworteld dat uitzetting onrechtmatig zou zijn. De aangevoerde sociale en medische omstandigheden waren onvoldoende onderbouwd. De rechtbank wees ook het verzoek om een voorlopige voorziening af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.