Eiser werd tijdelijk aangesteld als Technisch Gebiedsbeheerder bij de TU Delft, maar het aanstellingsbesluit werd ingetrokken voordat de aanstelling inging. Verweerder beriep zich op het feit dat eiser tijdens sollicitatiegesprekken onjuiste en onvolledige informatie had verstrekt over zijn ontslag in 2011 wegens computervredebreuk. Eiser had eerder als zzp’er bij de TU Delft gewerkt en voerde aan dat hij aan zijn informatieplicht had voldaan en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan.
De bezwarenadviescommissie adviseerde het bezwaar gegrond te verklaren, stellende dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan en dat eiser niet verplicht was om uit eigen beweging zijn ontslaggrond te melden. Verweerder ging hier niet in mee en stelde dat eiser zijn informatieplicht had geschonden en dat het belang van de organisatie zich niet langer verdroeg met effectuering van de aanstelling.
De rechtbank stelde vast dat eiser in elk geval in het eerste sollicitatiegesprek onjuiste informatie had gegeven en dat verweerder op redelijke gronden het vertrouwen in eiser had verloren. Hoewel eiser stelde dat het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel waren geschonden, oordeelde de rechtbank dat deze niet tot vernietiging van het besluit leidden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.