ECLI:NL:CRVB:2022:1874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- J.T.H. Zimmerman
- K.H. Sanders
- Rechtspraak.nl
Intrekking tijdelijke aanstelling wegens niet melden disciplinair ontslag tijdens sollicitaties
Appellant was van 1993 tot 2011 werkzaam bij de Technische Universiteit Delft en kreeg in 2011 disciplinair ontslag wegens ernstig plichtsverzuim, dat in rechte is vastgesteld. Na een periode als zzp’er solliciteerde appellant in 2018 en 2019 opnieuw bij de TU Delft voor een tijdelijke functie. Tijdens de sollicitaties meldde appellant niet zijn eerdere ontslag wegens plichtsverzuim.
Het college van bestuur trok de aanstelling in 2019 in, omdat appellant onjuiste en onvolledige informatie had verstrekt. De rechtbank oordeelde dat het college het vertrouwen in appellant terecht had verloren en dat het college het belang van de instelling mocht laten prevaleren boven het belang van appellant bij effectuering van de aanstelling.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt dat bijzondere omstandigheden, zoals het niet melden van het disciplinaire ontslag, het college het recht geven om de aanstelling voor de ingangsdatum in te trekken. Appellant had openheid moeten betrachten om herstel van vertrouwen mogelijk te maken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college de tijdelijke aanstelling mocht intrekken wegens het niet melden van het disciplinair ontslag.