ECLI:NL:RBDHA:2021:9241
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksuele gerichtheid
Eiser, een Afghaanse nationaliteit, heeft sinds 2015 meerdere asielaanvragen ingediend die allen zijn afgewezen en in rechte zijn bevestigd. In 2019 diende hij een nieuwe aanvraag in op grond van zijn homoseksuele gerichtheid, stellende dat terugkeer naar Afghanistan een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege ongeloofwaardigheid van de homoseksuele gerichtheid. De rechtbank oordeelt dat eiser de bewijslast draagt om zijn seksuele geaardheid aannemelijk te maken en dat verweerder zijn verklaringen terecht als vaag, summier en onvoldoende gedetailleerd heeft beoordeeld.
De rechtbank stelt dat eiser, die sinds 2015 in Nederland verblijft en naar school gaat, meer inzicht had kunnen geven in zijn persoonlijke beleving van zijn homoseksualiteit. Ook acht de rechtbank het niet onredelijk dat verweerder het gebrek aan concrete stappen van eiser om zijn geaardheid te verkennen of contacten te leggen, meeneemt in de geloofwaardigheidsbeoordeling.
Gelet hierop concludeert de rechtbank dat het beroep ongegrond is en dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.D. Gunster op 6 mei 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van zijn homoseksuele gerichtheid.