ECLI:NL:RVS:2018:3080
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende beoordeling geloofwaardigheid seksuele gerichtheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 juni 2017 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, omdat hij de door haar gestelde seksuele gerichtheid ongeloofwaardig achtte. De vreemdeling stelde dat zij vanwege haar seksuele gerichtheid niet naar Zambia kon terugkeren. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte ook het beroep in deze procedure gegrond had verklaard, mede gelet op een eerdere uitspraak waarin het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een eerdere procedure was gegrond verklaard en die uitspraak was vernietigd.
Verder stelde de staatssecretaris dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met zijn volledige motivering omtrent de ongeloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid, waaronder het proces van bewustwording en zelfacceptatie van de vreemdeling. De Afdeling stelde dat de rechtbank deze argumenten had moeten betrekken en dat de vreemdeling zelf haar seksuele gerichtheid aannemelijk moet maken, ook al kunnen verklaringen van derden ondersteunend zijn.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug aan de rechtbank voor een nieuwe behandeling en beslissing met inachtneming van de overwegingen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling.