Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 20 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en geweigerd eiser ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Verder is bepaald dat het eerder uitgevaardigde terugkeerbesluit en inreisverbod nog gelden.
Overwegingen
Als het relaas van cliënt inderdaad zo wordt beoordeeld als dat de IND hier doet, dan is het niet zo raar dat de wenkbrauwen gefronst worden bij de claim van cliënt een bepaalde geaardheid te hebben. Als het relaas van cliënt echter beoordeeld wordt met de nadere uitleg in de correcties en aanvullingen van 15 maart 2021 maart erbij genomen, komt er naar mijn overtuiging toch een heel ander beeld naar voren. Dan komt er een beeld naar voren van een jong persoon die zoekende is, zonder goed te weten wat er mogelijk kan gebeuren, wel de 'uitdaging' aan gaat en vervolgens voor zichzelf heeft uitgemaakt dat dit de weg is die hij wenst in te slaan. Het wordt dus een ander verhaal.”
Kunt u mij vertellen hoe u zich voelde na de eerste verkrachting?”. Eiser heeft daarop geantwoord:
“Het was heel moeilijk, ik kon het niet bevatten. Ik kon het niet hebben, ik vroeg mij steeds af: waarom ik? Het was een heel moeilijke periode.”Bij die verklaring past de door eiser gebruikte term verkrachting. Daaruit volgt niet dat wat er gebeurde, niet tegen de wil van eiser plaatsvond. Niet blijkt dat verweerder het door eiser gegeven antwoorden op dit punt onjuist heeft geïnterpreteerd.