ECLI:NL:RBDHA:2021:9402
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting maatregel van bewaring wegens ontbreken ondubbelzinnig terugkeerland
Eiser, van Tunesische nationaliteit, is op 22 maart 2021 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had eerder al geoordeeld dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was, zodat nu alleen de rechtmatigheid daarna werd beoordeeld.
Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit, onderdeel van een meeromvattende beschikking van 2 december 2020, niet ondubbelzinnig het land van terugkeer vermeldde, wat volgens jurisprudentie vereist is. Verweerder stelde dat uit de motivering voldoende duidelijk was dat Tunesië het land van terugkeer was, en dat dit niet expliciet benoemd hoefde te worden.
De rechtbank oordeelde dat in deze beschikking het land van terugkeer niet ondubbelzinnig blijkt, mede vanwege de vermelding van meerdere aliassen met verschillende nationaliteiten en het ontbreken van een expliciete verwijzing naar Tunesië in de motivering. Hierdoor kon de maatregel van bewaring niet op een geldig terugkeerbesluit worden gebaseerd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, oordeelde dat de maatregel onrechtmatig was vanaf 20 mei 2021, en beval de opheffing per 2 juli 2021. Tevens werd een schadevergoeding van €4.400 toegekend voor 44 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en werden proceskosten van €1.496 aan eiser toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig verklaard en per 2 juli 2021 opgeheven met toekenning van schadevergoeding.