Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een meerderjarige Soedanese zoon van referent, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis in asielzaken. Verweerder wees de aanvraag af omdat de feitelijke gezinsband tussen eiser en referent was verbroken op het moment dat referent Nederland binnenkwam.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht zwaarwegende betekenis hechtte aan het langdurige contactverlies tussen eiser en referent sinds de leeftijd van vier jaar, het ontbreken van bewijs van daadwerkelijke betrokkenheid of financiële ondersteuning door referent, en de zelfstandigheid van eiser, die een serieuze relatie had, werkte en zorg droeg voor zijn jongere broer.
Eiser voerde aan dat hij als jongvolwassene afhankelijk was en dat het tijdsverloop niet tot een verbroken gezinsband mocht leiden. De rechtbank verwierp dit en stelde dat het jongvolwassenenbeleid alleen geldt indien het gezinslid in gezinsverband samenleeft met de ouder, wat hier niet het geval was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt dat een langdurig contactverlies en zelfstandigheid van het meerderjarige kind kunnen leiden tot het niet aannemen van een feitelijke gezinsband in het kader van nareis.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de MVV-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat de feitelijke gezinsband is verbroken.