ECLI:NL:RBDHA:2021:958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen intrekking en terugvordering bijstandsuitkering niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen vier primaire besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Leiden, waarbij haar bijstandsuitkering was ingetrokken en teruggevorderd. Deze bezwaren werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij te laat waren ingediend. Eiseres stond tot 1 april 2019 onder bewind, en de besluiten waren aan haar bewindvoerder verzonden. Volgens de rechtbank komt het niet tijdig indienen van bezwaar voor rekening en risico van eiseres, ook al had zij geen invloed op de bewindvoerder.
Eiseres voerde aan dat verweerder actiever had moeten toezenden en dat de bewindvoerder nalatig was. De rechtbank oordeelde echter dat de verzending aan de bewindvoerder rechtsgeldig was en dat nalatigheid van de bewindvoerder niet tot verschoonbaarheid leidt. Ook het feit dat het boetebesluit later werd verzonden deed hieraan niet af.
De rechtbank concludeerde dat geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard vanwege niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens te late indiening.