ECLI:NL:RBDHA:2021:9698
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens veilige status Marokko als land van herkomst
Eiser, een jongeman met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na het verlaten van Marokko vanwege persoonlijke en economische problemen. Hij stelde dat hij bij terugkeer in Marokko zou komen te verkeren in een situatie van ernstige ontbering en zonder bescherming van de autoriteiten, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat de omstandigheden van eiser geen raakvlakken hebben met het Vluchtelingenverdrag of een reëel risico op ernstige schade. De rechtbank volgde dit standpunt en overwoog dat Marokko als veilig land van herkomst geldt en eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in zijn specifieke situatie niet beschermd wordt door de Marokkaanse autoriteiten.
De rechtbank benadrukte dat eiser, inmiddels meerderjarig, geacht wordt in zijn eigen levensonderhoud te kunnen voorzien en dat zijn economische situatie geen grond is voor asiel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Marokko als veilig land van herkomst geldt en eiser geen reëel risico op ernstige schade heeft aangetoond.