ECLI:NL:RVS:2018:2815
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat terugkeervoorwaarden geen relevant element zijn voor asielverlening aan minderjarige vreemdelingen
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank die de afwijzing van asielaanvragen van twee minderjarige vreemdelingen uit Armenië had vernietigd. De minderjarigen verbleven sinds 2008 in Nederland en waren na uitzetting van hun moeder onder toezicht van Stichting Nidos geplaatst. De Raad voor de Kinderbescherming had doelen geformuleerd ('terugkeervoorwaarden') voor een stabiele opvoedingsomgeving bij terugkeer naar Armenië.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat deze terugkeervoorwaarden geen relevant element vormen voor de beoordeling van de asielaanvragen, omdat zij niet raken aan het criterium van ernstige schade zoals bedoeld in artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Kwalificatierichtlijn. De Afdeling wijst verder het betoog af dat de Armeense overheid als actor van ernstige schade moet worden aangemerkt.
Ook wordt geoordeeld dat de aanvragen opvolgend zijn en terecht als kennelijk ongegrond zijn afgewezen. De Afdeling concludeert dat de situatie in Armenië niet voldoet aan het minimumniveau van ernst voor een schending van artikel 3 EVRM Pro en dat de staatssecretaris voldoende maatregelen heeft getroffen voor opvang en ondersteuning bij terugkeer. De belangen van het kind zijn voldoende betrokken. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdelingen ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De asielaanvragen van de minderjarige vreemdelingen worden definitief afgewezen en de besluiten van 31 mei 2018 blijven van kracht.