ECLI:NL:RBDHA:2021:9735
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning kinderpardon wegens onvoldoende motivering contra-indicatie identiteit
Eisers, een gezin met de Somalische nationaliteit, hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling kinderpardon. De aanvraag werd afgewezen vanwege een vermeende contra-indicatie dat zij hun identiteit niet konden aantonen, mede gebaseerd op inconsistenties in identiteitsgegevens die eiseres 2 in verschillende landen had opgegeven.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom deze contra-indicatie werd tegengeworpen, vooral omdat eisers consistent hadden verklaard over hun identiteit tijdens eerdere procedures in Nederland en nationaliteitsverklaringen hadden overgelegd die niet waren betrokken in het bestreden besluit.
Verweerder had nagelaten eisers in bezwaar de gelegenheid te bieden om onduidelijkheden over de nationaliteitsverklaringen weg te nemen. Daarom was het besluit niet zorgvuldig tot stand gekomen en werd het vernietigd. De rechtbank veroordeelde verweerder tevens tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.