Verzoeker, een Venezolaanse staatsburger woonachtig in Chili, werd op 28 augustus 2021 bij aankomst op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en werd een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd om zich in de luchthavenlounge te bevinden. Hij wilde een familiebijeenkomst bijwonen, maar viel onder het algemeen Europees inreisverbod dat sinds maart 2020 geldt ter bestrijding van de verspreiding van COVID-19.
Verzoeker stelde dat hij ten onrechte werd geweigerd, mede omdat zijn oma, eveneens afkomstig uit een hoogrisicogebied, wel toegang had gekregen en hij volledig gevaccineerd was. Hij bood aan een PCR-test te ondergaan en in quarantaine te gaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker niet viel onder de uitzonderingen op het inreisverbod en dat het verzoek geen redelijke kans van slagen had.
De rechtbank wees het verzoek tot voorlopige voorziening af, bevestigde de toegangsweigering en de vrijheidsbeperkende maatregel en wees erop dat het administratief beroep bij de rechtbank moet worden voortgezet. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.