Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Malinese nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 28 mei 2021 opnieuw in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Eerder was hij onrechtmatig in bewaring genomen, wat door de rechtbank op 1 juni 2021 werd vastgesteld. Eiser stelde dat de nieuwe bewaring onrechtmatig was omdat hij na de onrechtmatige maatregel vrijgelaten had moeten worden.
De rechtbank volgt dit standpunt niet en verwijst naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat een aansluitende bewaring op een andere grondslag niet automatisch onrechtmatig is. Eiser werd gecompenseerd met een schadevergoeding voor de eerdere onrechtmatige bewaring.
Verder stelde eiser dat er geen zicht was op uitzetting naar Mali vanwege politieke situatie en weigering van EU-documenten door Mali. De rechtbank oordeelt dat dit onderwerp thuishoort in de lopende asielprocedure en niet in deze bestuursrechtelijke procedure. Ook het verwijt dat de uitzetting onvoldoende voortvarend werd voorbereid, werd verworpen op grond van jurisprudentie.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.