ECLI:NL:RBDHA:2021:9773
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid bedreiging en vervolgingsgevaar Iran
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende toezichthouder, vroeg asiel aan in Nederland na een incident in 2015 waarbij hij jagers betrapte en bedreigd werd. Hij stelde vervolging te vrezen door de Iraanse autoriteiten vanwege dit incident en contacten met een publicist en onderzoekers.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het jachtincident, de aanrijding en de vermeende bedreigingen. De rechtbank oordeelde dat eiser wel gedetailleerde en consistente verklaringen gaf over zijn werk, maar onvoldoende aannemelijk maakte dat hij daadwerkelijk gevaar loopt bij terugkeer.
De rechtbank vond dat de bewijsmiddelen die eiser aanvoerde niet relevant waren voor de geloofwaardigheid van de kernpunten en dat het verband tussen de aanrijding en het jachtincident niet overtuigend was. Ook de beweringen over vervolging vanwege contacten met een publicist en onderzoekers werden niet geloofd.
Daarom concludeerde de rechtbank dat eiser geen vluchtelingenstatus of bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro toekomt. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van bedreiging en vervolgingsgevaar.