ECLI:NL:RVS:2023:1708
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering terugkeerrisico Iran
De vreemdeling, van Iraanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 24 februari 2021 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat hij in Iran als toezichthouder had gewerkt en bedreigd werd vanwege een incident waarbij hij jagers liet arresteren, waaronder een kleinzoon van een ayatollah. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat het werk van de vreemdeling ongeloofwaardig was, maar achtte de verklaringen over het incident en de aanrijding niet aannemelijk.
In hoger beroep bracht de vreemdeling naar voren dat hij in een interview op YouTube had verklaard waarom hij Iran was ontvlucht en dat hij familie was van een bekende criticus van het regime die politiek asiel in de VS had gekregen. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het risico op vervolging of een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer niet aannemelijk zou zijn, mede gelet op het ambtsbericht Iran en de omstandigheden van het interview.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris en verwees de zaak terug voor een nieuwe beoordeling van het terugkeerrisico, met inachtneming van de relevante ambtsberichten en recente ontwikkelingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling van het terugkeerrisico.