ECLI:NL:RBDHA:2021:9775
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling tijdens overmacht bij niet tijdig beslissen verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn op 24 april 2020 is verstreken en dat eiser op 29 april 2020 een ingebrekestelling stuurde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat overmacht de beslistermijn opschortte van 16 maart 2020 tot 16 mei 2020. Omdat de ingebrekestelling van eiser op 29 april 2020 viel binnen deze overmachtsperiode, was deze te vroeg verzonden.
Op grond van artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.J.P. Bosman en griffier J.C. de Grauw.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg verstuurde ingebrekestelling tijdens overmachtsperiode.