ECLI:NL:RBDHA:2021:9835
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf bij partner wegens niet voldoen middelenvereiste
Eiseres, Mexicaanse nationaliteit, verzocht op 6 december 2017 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar Nederlandse partner te verblijven. De aanvraag werd bij besluit van 14 juni 2018 afgewezen vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste. Na bezwaar en een hoorzitting bleef de afwijzing gehandhaafd.
Verweerder stelde dat de partner sinds 17 november 2019 zijn hoofdverblijf in Mexico had en niet voldeed aan het middelenvereiste, omdat hij onvoldoende objectief bewijs over zijn inkomsten had aangeleverd ondanks meerdere uitstelmogelijkheden. Eiseres betwistte dit en verwees onder meer naar artikel 8 EVRM Pro en omstandigheden als coronabeperkingen.
De rechtbank oordeelde dat het hoofdverblijf van de partner inderdaad naar Mexico was verplaatst en dat niet was aangetoond dat hij duurzaam en voldoende middelen had. De belangenafweging van verweerder was deugdelijk gemotiveerd en de afwijzing schond artikel 8 EVRM Pro niet. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.