ECLI:NL:RVS:2020:1503
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning wegens ernstige strafbare feiten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok op 14 juli 2017 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van een vreemdeling in vanwege ernstige strafbare feiten en vaardigde een inreisverbod uit. De vreemdeling verbleef sinds zijn jeugd rechtmatig in Nederland, maar was onherroepelijk veroordeeld voor diverse zware misdrijven, waaronder verkrachtingen en poging tot doodslag.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, oordelend dat de intrekking disproportioneel was gezien het langdurige verblijf en de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling. De staatssecretaris stelde hoger beroep in, stellende dat de rechtbank haar toetsingskader niet correct had toegepast en onvoldoende rekening had gehouden met het algemeen belang en de ernst van de feiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte haar eigen belangenafweging had gemaakt en dat de staatssecretaris terecht het algemeen belang zwaarder had gewogen. Ook werd geoordeeld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, maar dat de vergoeding van €500 terecht was toegekend. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, behoudens de vergoeding wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, behoudens de vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.