ECLI:NL:RBDHA:2021:9859
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om ambtshalve vermindering navorderingsaanslagen en vergrijpboetes wegens niet aannemelijke contante giften aan ANBI-universiteit
Eiser heeft verzocht om ambtshalve vermindering van navorderingsaanslagen en vergrijpboetes over de jaren 2012 en 2013 wegens contante giften aan een ANBI-universiteit. Verweerder heeft deze verzoeken afgewezen omdat de vijfjaarstermijn voor ambtshalve vermindering was verstreken en eiser geen voldoende bewijs leverde dat de giften daadwerkelijk aan de universiteit ten goede zijn gekomen.
Tijdens het FIOD-onderzoek bleek dat de universiteit op grote schaal valse kwitanties verkocht, waardoor de door eiser overgelegde kwitanties onvoldoende bewijs vormen. Bankafschriften met geldopnames boden ook geen sluitend bewijs van daadwerkelijke giften. Eiser kon de termijnoverschrijding niet verschoonbaar maken.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht het verzoek tot ambtshalve vermindering heeft afgewezen en dat de navorderingsaanslagen en vergrijpboetes in stand blijven. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verzoeken om ambtshalve vermindering van navorderingsaanslagen en vergrijpboetes worden afgewezen wegens niet aannemelijke contante giften en termijnoverschrijding.