ECLI:NL:RVS:2018:3374
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2008 en 2009 wegens termijnoverschrijding
Appellant heeft over 2008 en 2009 voorschotten kinderopvangtoeslag ontvangen, die later door de Belastingdienst/Toeslagen definitief op nihil zijn vastgesteld. Appellant verzocht in 2016 om herziening van deze toeslagen, maar dit verzoek werd afgewezen wegens overschrijding van de herzieningstermijn. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar voor 2008 vanwege een motiveringsgebrek, maar handhaafde de rechtsgevolgen vanwege te late indiening. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de herzieningstermijn van vijf jaar geldt vanaf het einde van het toeslagjaar en dat de eerdere termijn van zeven jaar niet meer van toepassing is. Het verzoek van appellant was voor beide jaren buiten deze termijn ingediend. De Afdeling bevestigde de vaste regel dat indien de definitieve vaststelling van de toeslag pas kort na het verstrijken van de termijn plaatsvindt, een aanvullende termijn van één jaar wordt gegund om alsnog herziening te vragen. Deze regeling geldt ook als de definitieve vaststelling binnen vijf jaar maar na vier jaar plaatsvindt.
Voor 2009 heeft deze regel geen gevolgen, omdat het besluit tijdig was genomen. Voor 2008 was het verzoek echter meer dan een jaar na de definitieve vaststelling ingediend, waardoor het verzoek te laat was. Het beroep faalde ook in zoverre dat appellant stelde dat hij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.