Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse vader van twee Nederlandse minderjarige kinderen, verzocht om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan op grond van artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Dit verzoek werd afgewezen omdat eiser onvoldoende aantoonde dat hij daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken verricht en dat er een zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat de kinderen gedwongen zouden zijn Nederland te verlaten als aan hem geen verblijfsrecht wordt toegekend.
De rechtbank overwoog dat het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie van de Europese Unie vereist dat een derdelander als ouder van een minderjarig EU-kind een afgeleid verblijfsrecht kan verkrijgen indien hij daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken verricht en er een afhankelijkheidsrelatie bestaat. De overgelegde stukken, waaronder een ouderschapsplan, verklaringen van familieleden en schooldirectrice, foto’s en medische dossiers, boden onvoldoende bewijs van daadwerkelijke zorg en opvoeding door eiser.
Ook werd niet aannemelijk gemaakt dat de kinderen gedwongen zouden zijn het grondgebied van de EU te verlaten bij weigering van het verblijfsrecht, mede omdat de moeder de feitelijke verzorgende ouder is. Het betoog van eiser dat hij had moeten worden gehoord werd verworpen omdat vooraf duidelijk was dat het bezwaar geen ander besluit zou opleveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard.