De rechtbank Den Haag heeft op 28 juli 2021 uitspraak gedaan in een zaak betreffende internationale kinderontvoering. De vader, woonachtig in het Verenigd Koninkrijk, verzocht de onmiddellijke terugkeer van zijn minderjarige kind naar het Verenigd Koninkrijk nadat de moeder het kind zonder toestemming had meegenomen naar Nederland. De rechtbank oordeelde dat de overbrenging ongeoorloofd was volgens het Haagse Verdrag.
De moeder voerde verweer met beroep op weigeringsgronden uit het Verdrag, waaronder het verzet van het kind en het risico op een ondraaglijke toestand bij terugkeer. De rechtbank concludeerde dat het kind onder zware druk staat en niet vrij zijn mening kan geven, waardoor het verzet niet doorslaggevend is. Daarnaast is onvoldoende gebleken dat terugkeer het kind in een ondragelijke toestand zou brengen.
De rechtbank gelastte de terugkeer uiterlijk 16 augustus 2021 en veroordeelde de moeder tot betaling van €5.300,25 aan proceskosten. De bijzondere curator blijft betrokken bij het kind tot een eventuele uitspraak in hoger beroep. De beschikking kan binnen twee weken worden aangevochten bij het Gerechtshof Den Haag.