ECLI:NL:RBDHA:2022:10041

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 september 2022
Publicatiedatum
3 oktober 2022
Zaaknummer
NL21.9084
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in verblijfsvergunningzaak

Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor verlenging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘humanitair niet-tijdelijk’. Dit verzoek is door verweerder niet in behandeling genomen, waarna verzoeker bezwaar maakte en tevens een voorlopige voorziening vroeg om uitzetting tijdens de bezwaarprocedure te voorkomen.

Na een beslissing op bezwaar en daaropvolgend beroep heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Verweerder nam een nieuwe beslissing op bezwaar, waartegen opnieuw beroep werd ingesteld. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.

De voorzieningenrechter overweegt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is als er bezwaar of beroep aanhangig is. Het eerdere verzoek wordt gelijkgesteld met een verzoek hangende het beroep. Omdat het beroep waarop het verzoek betrekking heeft niet-ontvankelijk is verklaard, wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt op 23 september 2022.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/8410

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlenging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘humanitair niet-tijdelijk’ niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt uitzetting tijdens de bezwaarprocedure te voorkomen.
Verweerder heeft bij besluit van 26 januari 2021 een beslissing op bezwaar genomen.
Eiser heeft tegen het besluit van 26 januari 2021 beroep ingesteld.
De rechtbank heeft op 29 april 2021 het beroep gegrond verklaard en het besluit van 26 januari 2021 vernietigd.
Bij besluit van 21 mei 2021 heeft verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Eiser heeft tegen het besluit van 21 mei 2021 beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er een bezwaar of beroep aanhangig is.
2. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb wordt een verzoek om een voorlopige voorziening dat is gedaan hangende bezwaar, gelijkgesteld met een verzoek hangende het beroep bij de rechtbank.
3. Verzoeker heeft tegen het besluit van 26 januari 2021 beroep ingesteld, zodat het verzoek van 12 november 2020 gelijk wordt gesteld met een verzoek dat is gedaan hangende het beroep.
4. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL21.9084 heeft de rechtbank het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft niet-ontvankelijk verklaard. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, op 23 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Griffier Voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.