ECLI:NL:RBDHA:2022:1011

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2022
Publicatiedatum
14 februari 2022
Zaaknummer
NL22.533
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2013/33/EURichtlijn 2008/115/EG
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Spanje

De rechtbank Den Haag behandelde op 4 februari 2022 het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit omdat Spanje volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.

Uit Eurodac-registratie bleek dat eiser op 7 mei 2021 al een asielaanvraag in Spanje had ingediend. Hoewel eiser stelde zich niet bewust te zijn geweest van het ondertekenen van die aanvraag, leidde dit niet tot twijfel over de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat. De Spaanse autoriteiten hadden ingestemd met de terugname binnen de gestelde termijnen, en er was geen bewijs dat eiser de EU had verlaten sinds die aanvraag.

Eisers klachten over de behandeling in Spaanse vreemdelingendetentie werden door de rechtbank niet als beletsel gezien voor overdracht; dergelijke klachten dienen bij de Spaanse autoriteiten te worden ingediend. Spanje had toegezegd het asielverzoek conform Europese richtlijnen te behandelen. De rechtbank vond geen reden om de inhoudelijke behandeling van het verzoek zelf voort te zetten en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.533
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

v-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden).

Procesverloop

Bij besluit van 6 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2022 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Verweerder heeft terecht vastgesteld dat Spanje de verantwoordelijke lidstaat is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming. Uit registratie in Eurodac volgt immers dat eiser eerder op 7 mei 2021 in Spanje een asielverzoek heeft gedaan. Dat eiser stelt dat hij zich niet bewust is geweest van het ondertekenen van een asielaanvraag in Spanje, leidt niet tot twijfel aan deze vaststelling. De instemming van de Spaanse autoriteiten met de terugname van eiser is binnen de hiervoor gestelde termijnen verkregen. Daarbij is niet gebleken dat eiser in de tussentijd het grondgebied van de Europese Unie heeft verlaten. Spanje is dus verantwoordelijk.
2. Voor zover eiser stelt dat hij niet goed is behandeld tijdens zijn verblijf in Spaanse vreemdelingendetentie, levert dat geen beletsel op om eiser over te dragen aan Spanje. Hierover dient eiser te klagen bij de Spaanse autoriteiten. Niet is gebleken dat dit voor hem niet mogelijk was. Spanje heeft verder met het terugnameakkoord toegezegd dat zij eisers asielverzoek zullen behandelen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen, waaronder de Opvang1- en Terugkeerrichtlijn2.
3. Verweerder heeft in eisers bezwaar tegen overdracht dan ook geen aanleiding hoeven zien om de inhoudelijke behandeling voort te zetten en verantwoordelijkheid voor de behandeling van eisers asielverzoek aan zich te trekken.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2022 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier.
1 Richtlijn 2013/33/EU.
2 Richtlijn 2008/115/ EG.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR19156874

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.