Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
31 januari 2022 (inhoudelijk).
mr. J. Lintjer en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. F.A.M. Engels naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
De raadsvrouw heeft aan haar verweren steeds het standpunt gekoppeld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde.
Door het vormverzuim is wel inbreuk gemaakt op het recht op een persoonlijke levenssfeer van de verdachte. Dit is een wezenlijk recht, maar anders dan de raadsvrouw is de rechtbank niet van oordeel dat deze inbreuk moet leiden tot bewijsuitsluiting. Daarbij is van belang dat het nadeel dat de verdachte in dit geval van de inbreuk heeft ondervonden, ook gelet op hetgeen op dit punt is aangevoerd en uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken, relatief gering is gebleven. De rechtbank is van oordeel dat met strafvermindering, zoals subsidiair is verzocht, kan worden volstaan. Dat rechtsgevolg acht zij, in het licht van het belang van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim, gerechtvaardigd en geschikt als compensatie voor het nadeel. De mate waarin de op te leggen straf zal worden verminderd, zal worden vermeld in de strafmotivering.
nog) 20 zakken met pillen in het gat.
We hadden afgesproken met een persoon op een parkeerterrein bij de Jumbo. Ik heb gewacht op die vent.
Waar bij de geschreven berichten “Incoming” staat, ontvangt de telefoon van [verdachte] een bericht van de telefoon van “ [naam 2] ” en als daar “Outgoing” staat verstuurt de telefoon van [verdachte] een bericht naar de telefoon van “ [naam 2] ”.
[verdachte] : Ok prima en hoeveel gaat hij me zeggen [of: vragen > hij gaat me vragen hoeveel hij ervoor krijgt?] En van waar naar waar?
[naam 2] : Hij gaat heen en weer naar Nederland. Hij rust een paar uur uit en dan komt hij direct terug
[verdachte] : ok en wat levert het op?
[naam 2] : zeg hem 1500
[verdachte] : ok prima ik ga het hem zeggen
: hij zegt dat hij niet kan
[naam 2] : is er niet iemand anders. Voor nu?
[verdachte] : ik ga kijken wat ik kan doen voor je.
[naam 2] : en?
[verdachte] : ik heb een collega van me gevraagd om te komen en over twee minuten ga ik hem vragen of hij interesse heeft.
: hij heeft ja gezegd. Ik kom naar de tuin. Ik ben er. Met die vent.
[naam 2] : [verdachte] , maak de auto klaar. Ik kom eraan. Maak ook jullie batterijen klaar.
: maar dan moeten we wel afspraken maken over de prijs.
[naam 2] : Ik geef jullie 3 ballen.
[verdachte] : ok goed, exclusief de tol, het bikken en al die dingen. En het hotel ook.
[naam 2] : ja geen probleem.
[naam 2] : Broer, waar ben je mee bezig? Je bent niet serieus. Ik geef je de auto, waar ben je nu helemaal mee bezig?
: Denk je dat het een spel is, klootzak?
En waar moeten we nu heen?
[verdachte],
je moet invoeren “ [hotel] ”, het adres in Den Haag heb je. Het [hotel] is daar vlakbij. Dan ga je meteen naar het hotel. En voor een reservering in het hotel heb je een creditcard nodig. Dan rusten jullie een beetje uit en ‘s nachts om twee, drie uur gaan jullie op pad.
Dat is goed, we gaan het regelen.
Uit de verklaring van de medeverdachte en de chatgesprekken tussen de verdachten en de opdrachtgever volgt dat de verdachte en medeverdachte op een parkeerplaats in Den Haag hadden afgesproken met een onbekende derde, om goederen over te laden in de auto, waarna hij direct weer naar Frankrijk moest rijden. De verdachte heeft verklaard dat hij met de medeverdachte op die parkeerplaats is geweest.
Hij en de medeverdachte kregen onderweg specifieke instructies over wat hij moest doen en de verdachte zou een geldbedrag (“3 ballen”) plus nog een vergoeding voor een hotel en andere kosten ontvangen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.Inbeslaggenomen voorwerp
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
46(zesenveertig)
maanden;
teruggave aan de verdachtevan het op de beslaglijst vermelde voorwerp, te weten “390 EUR IBN 20-07-2021”.