ECLI:NL:RBDHA:2022:10153

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 oktober 2022
Publicatiedatum
5 oktober 2022
Zaaknummer
SGR 21/5910
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep WIA-uitkering

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar aanvraag voor een WIA-uitkering per november 2020 af te wijzen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar werd ongegrond verklaard. Tijdens de procedure trok eiseres het beroep in en verzocht zij om vergoeding van proceskosten, stellende dat ten tijde van het instellen van het beroep nog niet bekend was dat zij later een WIA-uitkering zou ontvangen.

De rechtbank oordeelt dat het UWV zijn standpunt over de arbeidsongeschiktheid per november 2020 niet heeft gewijzigd en dat de latere toekenning van een WIA-uitkering per januari 2022 een andere datum betreft dan het geschil in deze procedure. Er is daarom geen sprake van een tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb.

Gelet hierop wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman op 5 oktober 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door het UWV.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Inloopteam Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/5910

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. W.A. Timmer),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (het UWV), verweerder
(gemachtigde: T. Eversteijn).

Procesverloop

Met het besluit van 9 februari 2021 (het primaire besluit) heeft het UWV de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) afgewezen, omdat zij per november 2020 minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Met het besluit van 3 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
In het verweerschrift van 11 juli 2022 heeft het UWV de vraag opgeworpen in hoeverre zij belang heeft bij deze procedure. Eiseres heeft zich opnieuw ziekgemeld op 6 januari 2020. Zij ontving tot 3 januari 2022 een uitkering op grond van de Ziektewet naar 100% van het dagloon. Het UWV heeft een Amber-beoordeling verricht per 3 januari 2022, omdat er al een eerdere WIA-beoordeling was gedaan. Zij is per deze datum 80-100% arbeidsongeschikt. Indien eiseres wel een WIA-uitkering per november 2020 toegekend had gekregen dan was de hoogte hiervan de eerste twee maanden 75% en vervolgens 70% van het dagloon.
Met de brief van 26 augustus 2022 heeft mr. W.A. Timmer het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten, omdat ten tijde van het instellen van het beroep nog niet kenbaar was dat eiseres per een latere datum een WIA-uitkering zou ontvangen.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Het UWV heeft hierop bij brief van 5 september 2022 gereageerd en aangegeven dat zij niet dienen te worden veroordeeld in de proceskosten.
Nadat partijen (stilzwijgende) toestemming hebben gegeven om op het verzoek om vergoeding van de proceskosten uitspraak te doen, is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten in bestuursrechtelijke gedingen is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
2. Op grond van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb, voor zover relevant, is de bestuursrechter bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de bestuursrechter, en van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in Pro de kosten worden veroordeeld.
3. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er geen grond voor een proceskostenvergoeding. Van een tegemoetkoming aan verzoekster in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb is, gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop, naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Het UWV heeft naar aanleiding van het beroep zijn standpunt omtrent de arbeidsongeschiktheid van eiseres (per november 2020) in het kader van de WIA immers niet gewijzigd. Dat op een later moment (3 januari 2022) aan eiseres een WIA-uitkering is toegekend doet hier niet aan af, want dit betreft een andere datum in geding dan in deze procedure.
4. Gelet op het voorgaande, wijst de rechtbank het verzoek om een proceskostenveroordeling af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan op 5 oktober 2022 door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Maas, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

Als u het niet eens bent met deze uitspraak

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.