ECLI:NL:RBDHA:2022:10218
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op de Dublinverordening, die bepaalt dat Italië als verantwoordelijke lidstaat geldt omdat eiser illegaal via Italië Europa is binnengekomen en daar zijn vingerafdrukken zijn geregistreerd.
Eiser betoogt dat hij niet vrijwillig asiel in Italië heeft aangevraagd en vreest voor schending van zijn rechten bij overdracht naar Italië, onder meer vanwege quarantaine, gebrek aan rechtsbijstand en het niet naleven van het non-refoulementbeginsel. De rechtbank stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat er geen sprake is van systematische tekortkomingen in Italië die overdracht zouden verbieden.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeert dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Italië niet adequaat kan worden opgevangen of beschermd. Ook de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris om de asielaanvraag toch in behandeling te nemen is niet terecht toegepast. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.