ECLI:NL:RBDHA:2022:10229
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring woningzoekende ondanks moeilijke woonsituatie
Eiseres heeft met haar drie kinderen haar woning moeten verlaten vanwege het gewelddadige gedrag van haar ex-echtgenoot en woont noodgedwongen in een woning met gebreken. Zij vroeg een urgentieverklaring aan, maar het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees dit af, omdat zij niet voldeed aan de weigeringsgronden van de Huisvestingsverordening 2019.
De rechtbank stelt vast dat verweerder een ruime beoordelingsbevoegdheid heeft bij het toekennen van urgentieverklaringen en dat het beleid gericht is op een rechtvaardige verdeling van de schaarse woningvoorraad. Eiseres had kunnen kiezen voor noodopvang of een huisverbod, maar koos voor een andere woning, waardoor geen acute noodsituatie meer bestaat. De gebreken aan de woning zijn geen grond voor urgentie en kunnen via de verhuurder worden aangepakt.
Eiseres voerde aan dat de verordening in strijd is met hogere wetgeving en internationale verdragen, maar de rechtbank verwierp deze argumenten. Ook de toepassing van de hardheidsclausule was niet aangewezen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.