ECLI:NL:RBMNE:2021:5701
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lange
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken bijzondere persoonlijke noodsituatie
Eiser vroeg een urgentieverklaring aan op medische gronden vanwege de beperkte woonruimte en medische problematiek van zijn oudste kind. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de cumulatieve voorwaarden uit de Huisvestingsverordening, waaronder het ontbreken van een bijzondere persoonlijke noodsituatie en het niet noodzakelijk zijn van een verhuizing binnen zes maanden.
Eiser voerde aan dat de afwijzing in strijd was met de Huisvestingswet, internationale verdragen en de Grondwet, en dat de hardheidsclausule onterecht niet werd toegepast. De rechtbank oordeelde dat de urgentieregeling niet in strijd is met hogere regelgeving en dat verweerder geen onderbouwing hoefde te geven voor het bestrijden van schaarste bij een urgentieregeling.
De medische verslagen toonden onvoldoende aan dat er sprake was van een noodsituatie die een verhuizing binnen zes maanden noodzakelijk maakte. De hardheidsclausule wordt terughoudend toegepast en is alleen bedoeld voor zeer incidentele, levensbedreigende situaties. De belangen van het gezin zijn meegewogen, maar het algemeen belang van een rechtvaardige woonruimteverdeling weegt zwaarder.
De rechtbank concludeert dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen en dat er geen strijd is met internationale verdragen of de Grondwet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.