Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring die op 16 augustus 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van deze maatregel beoordeeld in een uitspraak van 8 september 2022, waarin de maatregel tot dat moment als rechtmatig werd aangemerkt. Het huidige beroep richt zich daarom uitsluitend op de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring sinds het sluiten van het eerdere onderzoek.
Eiser voerde aan dat hij nooit asiel in Nederland heeft aangevraagd, waardoor de maatregel op een onjuiste grondslag zou rusten, en dat hij op eigen gelegenheid Nederland zal verlaten en niet meer in Europa zal verblijven. Uit de voortgangsrapportage blijkt echter dat eiser op 16 augustus 2022 een asielaanvraag in Nederland heeft ingediend, waardoor het eerste verweer faalt. Het tweede verweer is onvoldoende onderbouwd en kan niet leiden tot opheffing van de maatregel.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.