Uitspraak
Rechtbank den haag
[gedaagde sub 2]te [plaats],
Rechtbank Den Haag
De vereniging, opgericht in 2020 als politieke partij, kende spanningen binnen het bestuur na de verkiezingen van maart 2022. Eén bestuurslid, [gedaagde sub 2], handelde zelfstandig door andere bestuursleden te schorsen en uit te sluiten, wat leidde tot conflicten over bestuurs- en ledenvergaderingen.
De rechtbank stelde vast dat [gedaagde sub 2] niet bevoegd was om eenzijdig besluiten te nemen zonder overleg met het volledige bestuur. De schorsing en ontzetting van [eiser] als lid en bestuurslid waren daarom onrechtmatig. Tevens waren niet alle leden uitgenodigd voor de ledenvergadering van 23 augustus 2022, waardoor de genomen besluiten, waaronder het opheffen van de vereniging, vernietigbaar zijn.
De voorzieningenrechter verbood de uitvoering van de besluiten, beval het verstrekken van een actuele ledenlijst en financiële administratie, en stelde dwangsommen in bij niet-naleving. Ook werd een nieuwe ledenvergadering bevolen, waarbij het verzoek van ten minste 10% van de leden gehonoreerd moet worden.
Deze uitspraak beschermt de rechten van bestuursleden en leden tegen onrechtmatige bestuurspraktijken en benadrukt het belang van correcte procedures binnen verenigingen.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitvoering van de schorsing, ontzetting en besluiten van de ledenvergadering en beveelt het verstrekken van ledenlijst en financiële administratie, met dwangsommen bij niet-naleving.