ECLI:NL:RBDHA:2022:10496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening afgifte verblijfsdocument EU/EER wegens schijnhuwelijk
Verzoeker heeft bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor afgifte van een verblijfsdocument EU/EER. Dit verzoek werd bij besluit van 9 december 2021 afgewezen. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar bij besluit van 3 juni 2022, heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 1 september 2022, tezamen met een gerelateerde zaak. Verzoeker verscheen, bijgestaan door zijn gemachtigde, evenals de referente en de vertegenwoordiger van verweerder.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in de gerelateerde zaak NL22.10944 waarin het beroep is behandeld en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsdocument EU/EER wegens schijnhuwelijk is afgewezen.