ECLI:NL:RBDHA:2022:10500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om een voorlopige voorziening buiten zitting.
De asielaanvraag is niet in behandeling genomen omdat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling. De overdrachtstermijn aan die lidstaat is echter niet haalbaar binnen de termijn, waardoor onverwijlde spoed is gegeven. De voorzieningenrechter weegt het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep aanwezig te zijn zwaarder dan het belang van verweerder om verzoeker eerder over te dragen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen en het bestreden besluit geschorst. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €759. Het beroep zal op korte termijn inhoudelijk worden behandeld, waarbij de overdrachtstermijn wordt gestuit.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeker mag de behandeling van zijn beroep in Nederland afwachten.