Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft de ontvankelijkheid van het bezwaar en beroep van eiser tegen besluiten van de IND waarin zijn verzoeken tot opheffing van een ongewenstverklaring werden afgewezen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiser tijdig bezwaar en beroep heeft ingediend, waarbij eiser stelt de besluiten niet te hebben ontvangen. De rechtbank onderzocht het postverzendings(registratie)systeem van de IND, genaamd Indigo, in combinatie met het verzendhuis, en concludeert dat dit systeem deugdelijk en betrouwbaar is.
De rechtbank nam kennis van een uitgebreide toelichting en getuigenverklaring over het verzendproces, dat grotendeels geautomatiseerd is en voorzien van meerdere waarborgen, waardoor het vrijwel uitgesloten is dat poststukken niet worden verzonden of geregistreerd. De status 'bericht verwerkt' in Indigo betekent dat het poststuk daadwerkelijk is geprint, verpakt en in een postzak is geplaatst die door PostNL is opgehaald. De rechtbank achtte de door verweerder overgelegde screenshots en toelichting voldoende om aan te nemen dat de besluiten op de genoemde data naar het juiste adres van eisers gemachtigde zijn verzonden.
Eiser heeft onvoldoende feiten gesteld om het vermoeden van ontvangst te ontzenuwen. De enkele stelling dat de besluiten niet zijn ontvangen is niet voldoende. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar tegen het besluit van 14 januari 2020 te laat is ingediend en verklaart dit niet-ontvankelijk. Ook het beroep tegen het besluit van 3 februari 2021 is te laat ingediend en wordt eveneens niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep om een descente in het verzendhuis wordt afgewezen. Tot slot wijst de rechtbank een proceskostenveroordeling af.