Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eisers, Syrische statushouders met internationale bescherming in Bulgarije, werden in bewaring gesteld door de Staatssecretaris op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eisers voerden aan dat de bewaring onrechtmatig was omdat geen terugkeerbesluit was genomen, terwijl zij vrijwillig naar Syrië wilden terugkeren. Verweerder stelde dat een terugkeerbesluit juridisch onmogelijk was vanwege het non-refoulementbeginsel.
De rechtbank volgde verweerder en oordeelde dat de bewaring terecht was opgelegd. Het arrest M. e.a. en de uitspraak van de ABRvS bevestigen dat bewaring kan worden toegepast als een illegaal verblijvende derdelander met internationale bescherming in een andere lidstaat weigert daar terug te keren en een terugkeerbesluit niet mogelijk is. Eisers liepen bij terugkeer naar Syrië een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank stelde vast dat eisers geen concrete stappen hadden ondernomen om daadwerkelijk naar Syrië terug te keren en dat de wens daartoe niet serieus was. Ook was de bewaring proportioneel en noodzakelijk, gelet op het niet opvolgen van het terugkeerbevel naar Bulgarije en het ontbreken van lichtere middelen. De beroepen en verzoeken om schadevergoeding werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de verzoeken om schadevergoeding af.