ECLI:NL:RBDHA:2022:10593
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken mvv en geen familieleven onder artikel 8 EVRM
Eiseres, een Iraanse vrouw met langdurig verblijfsrecht in Italië, verzocht om een verblijfsvergunning regulier in Nederland als familie- of gezinslid bij haar dochter. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan de vrijstellingscriteria. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet kon worden beschouwd als langdurig ingezetene van de EU, omdat zij geen EU-verblijfsvergunning had, maar een Italiaans nationaal verblijfsrecht.
Daarnaast stelde eiseres dat zij vanwege haar ernstige medische toestand en afhankelijkheid van haar dochter vrijstelling van het mvv-vereiste behoorde te krijgen. Het Bureau Medische Advisering kon echter geen medisch advies uitbrengen wegens onvoldoende medische informatie. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende had aangetoond dat reizen onverantwoord was.
Verder voerde eiseres aan dat er sprake was van familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro vanwege de relatie met haar dochter en haar afhankelijkheid. De rechtbank stelde vast dat de familierechtelijke relatie niet voldoende was aangetoond met gelegaliseerde documenten en dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestond, mede omdat eiseres rechtmatig in Italië verbleef en daar zorg beschikbaar was.
Ten slotte wees de rechtbank het beroep op de hardheidsclausule af, omdat eiseres niet voldeed aan de materiële vereisten van gezinshereniging en de omstandigheden niet vergelijkbaar waren met jurisprudentie waarin de hardheidsclausule werd toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.