ECLI:NL:RBDHA:2022:10603
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling forfaitaire berekening netto inkomen zelfstandige voor bijstand Bbz 2004
Eiser ontving sinds december 2016 bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Verweerder stelde in een besluit van oktober 2019 het recht van eiser op bijstand over 2018 vast en vorderde een bedrag van €1.053,- terug. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen in juli 2020. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
Het geschil betrof de wijze van berekening van het netto inkomen van eiser over 2018. Eiser betoogde dat de daadwerkelijk betaalde belastingen en premies van €1.058,- in mindering moesten worden gebracht, terwijl verweerder een forfaitair percentage van 20% hanteerde. De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 6, tweede lid, Bbz 2004 bij zelfstandigen niet met de daadwerkelijk betaalde belastingen en premies wordt gerekend, maar met een forfaitair vastgesteld percentage.
De rechtbank verwierp het verweer van eiser en oordeelde dat de berekening van verweerder correct was. De door eiser aangehaalde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep was niet vergelijkbaar omdat die betrekking had op een gewezen zelfstandige. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de berekening van het netto inkomen voor bijstand op grond van het Bbz 2004 wordt ongegrond verklaard.