ECLI:NL:RBDHA:2022:1062
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverantwoordelijkheid Denemarken
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 4 februari 2022, waarbij verzoeker niet aanwezig was en verweerder werd vertegenwoordigd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is gedaan in het openbaar en is definitief.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.