Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
equality of arms(wapengelijkheid) ten onrechte heeft nagelaten om, hoewel daarom verzocht, het origineel van het door eiseres overgelegde huwelijkscertificaat van 14 januari 2019 aan haar te verstrekken met het oog op een contra-expertise.
equality of armsomdat verweerder het referentiemateriaal niet ter beschikking heeft gesteld aan de contra-expert. Los daarvan leidt de contra-expertise tot twijfel aan de verklaringen van Bureau Documenten ten aanzien van de stempels en handtekeningen op het huwelijkscertificaat van 14 januari 2019.
Brummen-jurisprudentie (uitspraak van de Afdeling van 6 augustus 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI0801). Daarnaast wordt er op grond van artikel 7:11 van Pro de Awb in bezwaar een volledige overweging gemaakt. In dat kader is het toegestaan om deze tegenwerping alsnog te handhaven.
equality of arms. Daartoe is redengevend dat inmiddels zowel verweerder als eiseres een deskundigenadvies hebben kunnen inbrengen ten aanzien van het originele huwelijkscertificaat van 14 januari 2019. Bovendien blijkt uit het rapport van de contra-expert dat hij slechts voor een gedeelte van de beoordeling had willen beschikken over referentiemateriaal. De contra-expert heeft immers zonder de aanwezigheid van referentiemateriaal kunnen verklaren dat niet kan worden vastgesteld of de Engelse zijde op een bevoegde wijze als fotokopie op de achterkant is aangebracht. Ook heeft de contra-expert kunnen verklaren dat de stempels en handtekeningen op deze zijde geen originelen maar reproducties zijn. Dit brengt ook met zich dat de contra-expertise in zoverre geen twijfel zaait over de inhoud van de verklaringen van Bureau Documenten. De stellingen van de contra-expert dat er in theorie een authentieke Engelse akte kan zijn gekopieerd en dat hij geen kennis heeft van de gebruikte printerinkt in Somalië en het handschrift van de ambtenaar die een handtekening heeft gezet, maken niet alsnog dat aan de verklaringen van Bureau Documenten moet worden getwijfeld. De rechtbank ziet dan ook geen reden om, al dan niet onder toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb, nadere inlichtingen te vragen aan verweerder.