ECLI:NL:RVS:2022:245
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf Eritrese vreemdeling wegens onvoldoende bewijs identiteit en gezinsband
De zaak betreft een Eritrese vreemdeling die een machtiging tot voorlopig verblijf aanvraagt in het kader van nareis bij haar echtgenoot en vader van haar minderjarige kind. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af omdat de identiteit en gezinsband onvoldoende aannemelijk waren gemaakt, mede vanwege twijfels over de authenticiteit en inhoud van overgelegde documenten zoals een registratiekaart, doopakte en kerkelijke huwelijksakte.
In hoger beroep overwoog de Afdeling bestuursrechtspraak dat het DNA-onderzoek, dat praktisch de biologische verwantschap tussen de vreemdeling, haar kind en referent bevestigt, als nieuw bewijs kan worden betrokken. De Raad oordeelde dat het rechtsvermoeden van een biologisch kerngezin minder hoge eisen stelt aan de bewijsvoering van identiteit en dat de staatssecretaris ten onrechte de bewijswaarde van UNHCR- en ARRA-documenten gering achtte.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende rekening hield met het belang van het minderjarige kind en de informatie uit het Algemeen Ambtsbericht Eritrea 2020 over de beperkte beschikbaarheid van officiële documenten. De Afdeling stelde dat de staatssecretaris niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het voordeel van de twijfel niet werd toegekend en dat de rechtbank ten onrechte het beroep ongegrond verklaarde.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van 9 januari 2020 vernietigd. De staatssecretaris wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de overwegingen van de Afdeling. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit binnen zes weken.