ECLI:NL:RBDHA:2022:10687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten levensonderhoud inwonende zoon
Eiseres heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van levensonderhoud van haar inwonende zoon, waaronder woonkosten, voeding en kleding. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat deze kosten niet tot haar eigen noodzakelijke kosten behoren en niet voortkomen uit bijzondere individuele omstandigheden.
Eiseres stelde dat zij op grond van haar onderhoudsplicht deze kosten moet dragen en dat de bijstandsnormen te laag zijn, waardoor zij niet rond kan komen. De rechtbank oordeelde dat kosten van wonen, voeding en kleding als algemeen noodzakelijke kosten gelden en dat bijzondere bijstand daarvoor in beginsel niet wordt toegekend.
Verder is geoordeeld dat de bijstandsnormen in deze bestuursrechtelijke procedure als gegeven moeten worden beschouwd en dat het niet kunnen rondkomen geen grond is voor bijzondere bijstand. Ook is vastgesteld dat eiseres geen bijzondere omstandigheden heeft aangetoond die maatwerk in de vorm van afstemming van de bijstand rechtvaardigen.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van bijzondere bijstand voor de kosten van de inwonende zoon is ongegrond verklaard.