ECLI:NL:RBDHA:2022:10737
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Litouwen
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam zijn aanvraag niet in behandeling. Volgens verweerder is Litouwen verantwoordelijk voor de asielaanvraag omdat eiser daar op legale wijze met een Schengenvisum is binnengekomen en Litouwen de asielprocedure moet uitvoeren.
Eiser betoogde dat Litouwen zich niet aan het Vluchtelingenverdrag houdt en dat overdracht aan Litouwen zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro, mede vanwege arbitraire detentie en slechte opvang. Hij verwees naar rapporten van Amnesty International en een Duitse rechterlijke uitspraak.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn situatie niet opgaat. De algemene informatie over detentie betreft alleen illegale grensoverstekers, terwijl eiser legaal Litouwen is binnengekomen. Ook het persoonlijke relaas van eiser biedt geen concrete aanwijzingen dat de asielprocedure in Litouwen ontoereikend is.
De rechtbank concludeert dat de beroepsgronden niet slagen en verklaart het beroep ongegrond. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.