ECLI:NL:RBDHA:2022:10749
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid relaas over eerwraak en bedreigingen in Iran
Eiser, een Iraanse asielzoeker, vorderde een verblijfsvergunning na een relatie met een getrouwde vrouw die leidde tot bedreigingen en geweld door haar echtgenoot, een hooggeplaatste functionaris. Hij stelde dat hij vanwege eerwraak gevaar liep en onderbouwde dit met documenten en foto's.
Verweerder achtte de identiteit en relatie geloofwaardig, maar verwierp de geloofwaardigheid van de dreigingen en incidenten. De rechtbank oordeelde dat verweerder een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling had gemaakt en dat eiser onvoldoende bewijs leverde om zijn verhaal aannemelijk te maken.
De rechtbank wees onder meer op tegenstrijdigheden in de verklaringen, het ontbreken van authentieke documenten, het feit dat eiser terugkeerde naar Iran ondanks de vermeende dreiging, en het ontbreken van een FMO. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het bestreden besluit bekrachtigd.