Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,00.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard in het besluit van 6 januari 2022. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 27 januari 2022. Naar aanleiding van de uitspraak in de bodemprocedure (zaaknummer NL22.501) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Wel veroordeelde de voorzieningenrechter verweerder tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 759,00, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De kosten voor het verschijnen ter zitting werden reeds in de bodemzaak vergoed.
De uitspraak werd gedaan door mr. Y. Sneevliet, voorzieningenrechter, en is uitgesproken op 2 februari 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 759,00.