ECLI:NL:RBDHA:2022:10783
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM wegens onvoldoende hoorplicht
Eiseres, een Brits Overzees burger uit Hongkong, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel het uitoefenen van haar privéleven in Nederland op grond van artikel 8 EVRM Pro. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet werd vrijgesteld van deze vereiste. Verweerder oordeelde dat eiseres sterkere banden met Hongkong heeft dan met Nederland, mede omdat haar verblijf in Nederland nooit onafgebroken was en zij nooit eerder een verblijfsvergunning had gehad.
Eiseres voerde aan dat zij een beschermenswaardig privéleven in Nederland heeft opgebouwd, met langdurige verblijven sinds 1997, bezit van twee woningen en volledige integratie in de Nederlandse samenleving. Tevens stelde zij dat asielgerelateerde omstandigheden onvoldoende zijn meegewogen en dat zij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase.
De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging van verweerder, waarbij een fair balance werd gezocht tussen het privéleven van eiseres en het Nederlandse toelatingsbeleid, niet onredelijk was. Wel was het besluit in strijd met de hoorplicht zoals neergelegd in de Awb, omdat verweerder onvoldoende motiveerde waarom eiseres niet gehoord hoefde te worden in bezwaar. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven omdat een hoorzitting waarschijnlijk niet tot een ander besluit had geleid.
Tot slot werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht, met in stand blijvende rechtsgevolgen.