ECLI:NL:RVS:2013:2085
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt vrijstelling mvv-vereiste wegens schending privéleven artikel 8 EVRM
De vreemdeling, die op jonge leeftijd naar Nederland kwam en sinds 1994 hier woont, vroeg om een verblijfsvergunning. De minister wees dit af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De vreemdeling stelde dat zijn uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro, omdat hij sterk geworteld is in Nederland en geen banden met Macedonië heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad van State dat de staatssecretaris onvoldoende rekening heeft gehouden met de bijzondere omstandigheden van de vreemdeling, zoals zijn jeugdige leeftijd bij aankomst en langdurige verblijf, en dat dit leidt tot een schending van het recht op eerbiediging van het privéleven volgens artikel 8 EVRM Pro.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige belangenafweging bij toepassing van het mvv-vereiste in het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens schending van artikel 8 EVRM.